Op de opening
Hier zie je David Hockney op het persbezoek met Piet Coessens, directeur van de Vereniging voor Tentoonstellingen. Achter Hockney hangt zijn beroemde schilderij We Two Boys Together Clinging (1961).

David Hockney kwam naar Brussel in het gezelschap van zijn goede vriend Henry Geldzahler. Ze ontmoetten elkaar in 1962 via Andy Warhol, toen Henry curator was bij het Metropolitan Museum in New York, en bleven hechte vrienden. Geldzahler stierf amper 2 jaar na het bezoek aan Brussel aan kanker – een zware klap voor Hockney die net een hele reeks vrienden had verloren aan aids. “Mr. Geldzahler kon zowel charmant als lomp zijn, en dat vaak tegelijkertijd,” schreef de New York Times bij zijn overlijden.

Geldzahler en zijn partner Christopher Scott waren het onderwerp van een van Hockneys beroemde dubbelportretten. Hier poseren ze voor een ander voorbeeld: het dubbelportret van schrijver Christopher Isherwood en zijn partner, schilder Don Bachardy (1968).
In de stad
Hockney bracht ook een bezoek aan de stad Brussel. Hij kuierde over de grote markt en bezocht de Koninklijke Sint-Hubertusgalerijen. Uiteindelijk strandde hij voor een maaltijd in het legendarische restaurant ‘Taverne du Passage’, dat net als het Paleis voor Schone Kunsten de deuren opende in 1928, maar helaas onlangs de deuren permanent moest sluiten als gevolg van de coronacrisis.

De affiche
Op de affiche voor de Hockney-tentoonstelling stond het schilderij Montcalm Interior with Two Dogs (1988). De retrospectieve maakte deel uit van een festival rond Britse cultuur in Brussel. Op het programma stonden ook opvoeringen in de Munt van de beroemde Glyndebourne-productie van Stravinsky’s The Rake’s Progress, waarvoor Hockney de decors had ontworpen.